Varken

Van Varken tot Vlees

Een paar honderd jaar voor Christus verloor een jonge Egyptische man, Antonius, zijn beide ouders. Hij ging als kluizenaar in de Sinaï-woestijn wonen. Hij stond meer dan 20 jaar bloot aan allerlei kwellingen en ellende maar Antonius hield vol. Dit sprak zeer tot de verbeelding waardoor Antonius een beroemdheid werd.
Rond het jaar 1100 nam een nieuwe monnikenorde in Frankrijk de naam van de legendarische Antonius aan. De Orde van de Heilige Antonius bestond uit monniken die zich toelegden op ziekenzorg. Het was een bekende plaats voor mensen die aan ergotisme leden (kriebelziekte, veroorzaakt door vergiftigd graan). De zieken kregen voedsel en medicijnen op basis van varkensvlees en varkensvet.

De Orde kreeg het recht om varkens te houden. Het loslopende 'Antoniusvarken' (voorzien van halsbelletje) scharrelde door de straten op zoek naar voedsel. De burgerij voerde de varkens die voor de Antoniusbroeders een belangrijke inkomstenbron werden. Eeuwen later werd Sint Antonius de beschermheilige van de varkens en de varkenshouders.
Het varken was in vroegere tijden een belangrijke energieleverancier. De zware kost was nodig voor het zware lichamelijke werk. Tegenwoordig komt dit zware werk nauwelijks meer voor. De vraag naar meer magere voedingsmiddelen is mede daardoor gegroeid. Het Nederlandse varken is in de loop van de jaren met die vraag mee veranderd. Het optimale vleesvarken met een laag vetpercentage is in Nederland ontwikkeld.