Veehouderij
De rundveehouderij in Nederland kent twee takken: de melkveehouderij en de vleesveehouderij. Binnen de vleesveehouderij onderscheiden we roodvlees van volwassen runderen, rosé en blank vlees van kalveren. In totaal zijn er zo’n 3,8 miljoen runderen in Nederland. Deze worden grotendeels ingezet in de melkveehouderij.
Bij de houderij van rosé en blanke vleeskalveren gaat het om dieren die afkomstig zijn uit de Nederlandse melkveehouderij en uit het buitenland. De roodvleeshouderij koopt vrijwel altijd dieren aan van specifieke vleesrassen zoals Limousin, Charolais en Blonde d’Aquitaine als ze ca. 8 maanden oud zijn. Dit zijn de zogenaamde broutards, die vooral uit het buitenland komen.
De rundveehouderij in Noordwest Europa is de afgelopen decennia sterk veranderd. Dat heeft te maken met melkquota, mestbeleid en Europees subsidiebeleid. In Nederland is het aantal runderen al een aantal jaren vrij stabiel. Wel is er sprake van schaalvergroting op de rundveebedrijven.
De vestiging van VION in Tilburg verwerkt dieren uit de melkveehouderij en uit de roodvleeshouderij.
Samenwerking in keten
Voedselveiligheid en traceerbaarheid staan hoog in ons vaandel. Dat vereist samenwerking met professionele en betrouwbare ketenpartners, zoals de rundveehouders en de tussenpersonen.
Vrijwel allemaal zijn het Nederlandse bedrijven die werken volgens kwaliteitsstandaarden. Een voorbeeld is het kwaliteitssysteem in de melkveehouderij KKM (Keten Kwaliteit Melk).
Traceren
Uit oogpunt van veiligheid en kwaliteit is het belangrijk te weten wat de herkomst van een rund is. Daarom draagt elk rund in Nederland in beide oren een zogenaamd I&R nummer (Identificatie & Registratienummer). Dit nummer is uniek en wordt aangebracht als het dier nog jong is. Elke verplaatsing van een dier wordt via dit nummer geregistreerd. Hierdoor weten we van elk dier waar het vandaan komt en waar het tijdens zijn leven is geweest.




